Programma’s zoals ‘Ik vertrek’ en ‘Het roer om’ zijn al jaren populair. En als je weleens kijkt, dan merk je dat er altijd overeenkomsten zijn tussen de mensen die emigreren naar het buitenland. Van die typische emigratieclichés. In dit blog delen we er vier en vertellen we of wij ons daar ook ‘schuldig’ aan maken.
1. Zoeken naar vrijheid en rust
Veel mensen die emigreren willen ontsnappen uit de zogenoemde ‘ratrace’. Meer leven op je eigen voorwaarden en minder geleefd worden. Het grappige is dat de mensen die je in de bekende emigratieprogramma’s ziet, vervolgens drukker zijn dan ooit. Het huis moet verbouwd worden, de enorme lap grond die bij het huis hoort moet onderhouden worden en dan moeten er ook nog van allerlei bureaucratische dingen geregeld worden.
En ja, dat herkennen wij ook wel een beetje. Vooral toen we net in Zweden aankwamen, was er heel veel om te regelen en in en om het huis is altijd wel wat te doen. Ondanks dat we voor Zweedse begrippen nog best een kleine tuin hebben, is die vele malen groter dan wat we in Nederland hadden. In de winter zijn we druk met bijvoorbeeld sneeuwschuiven en zodra de sneeuw verdwenen is, begint alles weer explosief te groeien en probeer je alles een beetje bij te houden. Maar onderaan de streep ervaren wij hier wel degelijk meer vrijheid en rust. En klusjes zoals werken in de tuin vinden we eigenlijk ook heel erg leuk! Dus je hoort ons niet klagen.

2. Zelfvoorzienend willen leven
Kippen, een moestuin, zelf brood bakken of een complete olijfgaard. Veel emigranten willen graag zoveel mogelijk zelfvoorzienend leven en ja, wij zijn ook schuldig. We hebben geen kippen en olijfbomen zullen het hier niet zo goed doen, maar we hebben genoeg andere fruitbomen, struiken en een moestuin. En ook bijvoorbeeld brood bakken doe ik zelf. Waarom we dit allemaal massaal willen doen? Dat weet ik eigenlijk niet. Ik kan alleen voor mezelf praten.
Voor mij is het vooral de wens om zo gezond en puur mogelijk te eten. Afgelopen week werd er een filmpje van het programma ‘Kassa’ veel gedeeld op Instagram. Ze hadden verschillende snoepgroenten getest en op 11 van de 20 groenten zaten verschillende pesticiden. Giftige stoffen die geclassificeerd zijn als PFAS, hormoonverstorend en kankerverwekkend. Het blijft allemaal binnen de norm, maar toch vind ik dit enorm zorgelijk. Want je eet niet 1 snoeptomaatje, je eet de hele dag bespoten etenswaren. Alles stapelt maar op en wat doet dat voor je gezondheid en de gezondheid van je kinderen, die dezelfde hoeveelheid gif binnenkrijgen in een veel kleiner lichaampje?
Wij kopen daarom zoveel mogelijk biologische, lokale en seizoensproducten. Maar nog mooier vind ik het om het zelf te laten groeien. Ik weet precies wat ermee gebeurt en gif komt de moestuin niet in. En daarnaast vind ik het heel leuk en ook belangrijk dat onze kinderen leren waar hun eten vandaan komt en hoe het groeit. Dus maken we ons ook nu weer klaar voor een nieuw moestuinseizoen.

3. Een huis kopen met ‘potentie’
Bijna iedere ‘Ik vertrek’-aflevering is het weer raak. Met een minimaal budget wordt er een huis met ‘potentie’ gekocht waar vervolgens alles mis blijkt te zijn en het budget allesbehalve toereikend is. Ook wij hebben veel charmante huizen gezien waar je absoluut iets geweldigs van kan maken, maar we zijn toch voor een wat veiligere keuze gegaan.
Het huis dat wij gekocht hebben, was goed onderhouden en kwam met een bouwtechnisch rapport en een verzekering van 10 jaar voor verborgen gebreken. In Nederland kennen we dat niet, maar in Zweden kiezen veel verkopers voor deze verzekering. Het kost ze wat geld, maar ze hoeven zich vervolgens nergens meer zorgen over te maken. En ook voor ons als kopers geeft dat meer zekerheid.
We hebben dus niet heel lang hoeven te klussen in ons huis. Maar toch hebben ook wij van die typische ‘Ik vertrek’ situaties, zoals een volle septictank die leidde tot een badkamer die blank stond en een bevroren waterbron, met als gevolg dat we überhaupt geen water meer hadden. Het is nooit saai. En onlangs kochten we een tweede huis waar we op dit moment gewoon weer van voren af aan beginnen met klussen. Zo blijven wij dus ook, net zoals heel veel andere emigranten, gewoon lekker bezig.
4. Worstelen met de taalbarrière
Vol enthousiasme emigreren en vervolgens met niemand kunnen communiceren. Ook dit is zo’n typisch cliché. En ook wij kwamen naar Zweden en konden niet veel meer dan ‘hej’ en ‘tack’ zeggen. Maar gelukkig kan bijna iedereen in Zweden heel goed Engels. En natuurlijk wilden we de taal leren en zijn we vrij snel begonnen met de taalcursus ‘Swedish for immigrants’, oftewel SFI. Maar een echte taalbarrière hebben wij, dankzij het Engels, niet echt ervaren. We konden altijd goed met iedereen communiceren.
Dus ja, de clichés zijn er niet voor niets. Ook wij maken ons er best ‘schuldig’ aan. Maar met het fijne leven hier in Zweden, nemen we die clichés graag voor lief.










Trots op hoe jullie het allemaal gedaan hebben en ik kan straks veel van je leren over de moestuin en brood bakken 😘
Ja nog even en dan kunnen we samen bakken 😃😘